Zo’n 45 dagen geleden gooiden Klaas en Adriaan de trossen van de Aura los in Kaapstad. Vol moed vertrokken we voor wat vermoedelijk een moeilijk traject zou zijn. De eerste 2 dagen was er geen wind en dobberden we tussen walvissen en zeehonden tot gestoorde lokale vissers ons verplichtten om de motor aan te zwengelen en uit hun vaarwater te verdwijnen.
Diezelfde nacht begon het eindelijk te blazen. Na 10 dagen werd het iets te hard voor de Aura, storm dus… Alle zeilen moesten zakken, de giek moesten we vastbinden, het roer blokkeren en het geïmproviseerde zeeanker (70 m dik touw) over boord smijten. Daarna zat er niets anders op dan 24 uur binnen te blijven, en hopen dat alles heel bleef.
50 knopen wind en stoten tot boven 60 knopen brachten de moraal niet naar beneden, en er werd zelfs vers brood en pizza gebakken. Na de storm ontdekten we een barst in de giek. Bij wijze van noodoplossing spalkten we de giek met de jockey pole (een buis).
Enkele dagen later mochten we hetzelfde scenario nogmaals overdoen. Onze spalk werd meteen getest door een 2e strom. Deze keer hadden we een recept voor koekjes van m’n zus om, om het zwaar weer door te zitten.
Dr House was er ook bij en Dr Klaas moest één van zijn controversiële behandelingen ook uitvoeren. Foreman, Chase en Cameron zouden fier zijn geweest.
Na 14 dagen verscheen Ile Cochon, een van de Crozet eilanden, aan de einder… Vaste land! Waar we enkel konden ankeren en niet aan land gaan. De stank van de koningpinguins en de zeeleeuwen kregen we er wel gratis bij.
Na één nacht op anker was ons volgende doel Iles Kerguelen, op 750 zeemijl. Temperaturen en barometer zakten weer tot onaangename minima terwijl we de 50° zuid weer benaderden. Het was dus doorbijten, maar dat zou allemaal goed gemaakt worden op de mythische Franse basis op Kerguelen…
Op dit moment hadden we 2400 zeemijl gezeild, en nog 2300 zeemijl te gaan. De Franse basis in Kerguelen is van alle poolbassisen die we hebben bezocht de allerbeste. Er is een permanente bezetting van 60 mensen en tijdens de zomermaanden komen er nog eens 40 wetenschappers bij. Ze hebben de bizarre gewoonte om elke dag, tijdens het gezamelijke ontbijt, iedereen de hand te schudden en goeiedag te wensen.
Ze boden ons gratis aan: een nachtje slapen in een verwarmde kamer, een avondje doorzakken in de bar, kilo’s schapen en konijnenvlees, liters bier, brandstof, en motorolie. Er werd ter ere van onze aankomst op Kerguelen ter plekke ook een officiële enveloppe uitgegeven.
Hoe gezellig de base ook was, het ruime sop wachtte op ons en het weer dwong ons tot vertrekken. Bij ons vertrek werden we getrakteerd op een prachtige Aurora Australis-show (de zuidelijke tegenhanger van het noorderlicht).
Na vijf dagen zeilen eiste Poseidon ongenadig een offer: tijdens de derde (en tevens laatste) storm die ons teisterde, werd onze trouwe windstuurautomaat fataal beschadigd. Eén ding is zeker: tweeduizend zeemijl op de hand sturen met z’n tweeën is niet het leukste wat er bestaat. We liepen een wacht-systeem van acht uur sturen, drie uur slapen, drie uur sturen, acht uur slapen.
Ook hadden we geen weerberichten omdat we door een blind spot moesten en de communicatie onmogelijk was.
Twee dagen voor aankomst in Fremantle (de haven van Perth) kwam de spy-plane van de customs al over. En bij aankomst in Fremantle werd de boot ook volledig ondersteboven gekeerd door 8 douaniers. Elk kastje werd opengetrokken, het onderwaterschip werd volledig gefilmd, een staaltje anti-fouling werd genomen, en ze moesten in elke stinkende en natte sok ook hun neus steken, op zoek naar smokkelwaar. Een spectaculaire machtsvertoning.
En toen waren onze paspoorten afgestempeld en mochten we Australië onveilig maken. De eerste prioriteit is de giek en de monitor herstellen, en daarna vertrekken we richting Tasmanië.
Besluit: de Zuidelijke Oceaan: weinig beesten, veel wind, lange afstand, golven vallen eigenlijk wel mee, heroïsche aankomst. Niet voor watjes.












