We hebben het gehaald, na iets minder dan een maand zeilen: Tahiti! Op 17 juli namen we afscheid van onze vriendelijke buren in Noumea. We vertrokken eerst voor een dagtripje naar de nabijgelegen Baie Du Prony, via Canal Woodin. Aan boord waren Caleb en Erwan, die de volgende ochtend met een andere boot terugliftten naar Noumea. (Erwan was wel zo vriendelijk om zijn Visa-kaart aan boord te vergeten, waarvoor dank.)
Het was een aangenaam zeildagje met een mooi ankerplaatsje.
De volgende dag namen we afscheid van Erwan en Caleb, en vertrokken Yann en ik voor een volgend dagtripje, naar het vlakbijgelegen eiland Ile Des Pins. Dit was echt een paradijsje zoals het hoort, met azuurblauw water en witte stranden, afgebakend met de nodige palmbomen.
We zijn slechts één dagje op Ile Des Pins gebleven. Naast de witte stranden kan je er in de jungle gaan rondhossen, waar een verlaten gevangenis langzaam overwoekerd wordt…
Maar we wouden niet bij de pakken blijven zitten en die avond lichtten we anker en waren we eindelijk vertrokken voor de 2600 mijl naar Tahiti.
We zeilden tegen de richting van de Passaatwinden, maar dat viel best mee. Onze eerste pauze kwam na een 900 zeemijl: Raoul Island. Dit is grondgebied van Nieuw Zeeland. We wouden graag stoppen en het eiland een dagje bezoeken, maar dat was buiten de Nieuw-Zeelanders gerekend. Het eiland is streng bewaakt natuurgebied, en blijkbaar moesten we enkele maanden eerder een toelating hebben aangevraagd om er aan wal te gaan.
Dus lieten we de Nieuw-Zeelanders achter op hun eiland, en zeilden we rustig voort. “Rustig”is het correcte woord, want die avond viel de wind weg, waardoor we de volgende ochtend nog steeds Raoul Island aan de horizon zagen liggen…
De windstilte duurde niet lang, en zo zeilden we voort langs 172°W, waar we de internationale datum lijn over zeilden, en dus op de kalender van woensdag 27 juli naar dinsdag 26 juli gingen. Dinsdag 26/07/2010 is dus een dag die we twee keer hebben mogen beleven. (Vlak voor Raoul waren we trouwens al tot 180° oosterlengte gevaren, waar we aan de achterkant van de wereld waren, en naar 180° west overgingen.)
We hadden koers gezet voor het mysterieuze eiland Tubuai, hoofdstad van de Australische Eilanden-archipel. Dit was 1570 mijl van Raoul Island, een afstand die we aflegden in 13 dagen (met de gratis dag bijgerekend). Het zeilen viel goed mee, het werd een typische trip met dagen vol motivatie en dagen zonder motivatie, zonneschijn en regenbuien, heerlijke zachte briesjes en gescheurde zeilen (helaas!), aangebakken broden en lege vislijnen.
En zo bereikten we Tubuai, ons eerste eiland van Frans Polynesië.
We zeilden vaardig doorheen de passage die de lagune scheidt van de oceaan, en niet veel later konden we het anker droppen (de hele lagune is 3 a 4 meter diep, maar je moet wel opletten om niet tegen een koraalblok te varen). Tubuai viel heel goed mee, er is uiteraard niets te doen (er wonen 2000 mensen en er is geen bar) buiten een beetje rondzwemmen en genieten van vaste land.
Er kwam slecht weer aan, wat onze ankerplaats wat bedreigde, dus vertrokken we uit Tubuai om een volgende eilandje, Rurutu, te bezoeken. Bij Rurutu was het weer echter nog steeds slecht, en dus besloten we om in een keer door te zeilen naar onze eindbestemming: Tahiti…
Onderweg vingen we nog twee Dorado’s (aka Mahi Mahi, aka Dolfijnen), die van kleur veranderen terwijl je ze binnen haalt. Spectaculair, en goed voor een tiental kilo vis. (Eén van de twee ga ik gebruiken om haaien te lokken).
En dan… EINDELIJK… zagen we aan de horizon de pieken van Tahiti en Moorea opduiken. Bij de ondergaande zon blies een zacht briesje ons naar Tahiti.
We voeren ‘s nachts doorheen de passage van het rif, en liggen nu stevig vast in de haven van Papeete. (Waar we vanavond alweer weg zullen zijn want het is hier veel te duur).
Om jaloers te worden moet je zeker onze foto’s bekijken! Meer nieuws zal druppelsgewijs volgen, maar onze ankerposities zal je zoals steeds hier kunnen vinden. Tijd voor vakantie (en een scheerbeurt)!
















