aankomst Aura …klik hier
En ge kunt ook hier klikken voor nog een filmpje van onze Duitse Bootsjunge Nico.
En ge kunt ook hier klikken voor nog een filmpje van onze Duitse Bootsjunge Nico.
Op een zonnige namiddag, na slechts één week rust, verlieten we de hormonaal bruisende Dominicaanse Republiek. Het duurde nog een dag om het eiland rond te varen en langs Puerto Rico te varen, via de Mona Passage, en dan was er enkel nog de oceaan tussen ons en de Azoren. Inmiddels passeerden we 68°29′ W, en waren we officieel de wereld rond!
De daaropvolgende drie weken moesten we naar het noorden kruipen, waar de westelijke winden heersen. Helaas betekende dat ook dat het steeds kouder werd. We werden ondersteund door Walter, Pol en Yann die ons regelmatig een overzichtje gaven van de weersomstandigheden en advies voor de koers die we moesten volgen.
Er is duidelijk veel meer verkeer op de Atlantische Oceaan dan op de Stille Oceaan, want elke drie dagen kwamen we een cargo-schip tegen. Jammer genoeg zagen we ook iedere dag vuilnis langs drijven: flessen, boeien, deurmatten, Crowleys containerplatform, bidonnen, plastiek, visnetten, schoenen, een glazen vissersboeitje…
Gelukkig was er ook wat natuur te zien: enorme pakken zeewier, dolfijnen, en ook de beruchte kwal “Portugees Oorlogsschip”. Die heeft een zeiltje boven water steken, en sleurt onder water haar giftige tentakels, die meters lang kunnen zijn. De steek van dit beestje is dodelijk, en er zijn er nog genoeg in de oceaan. We moesten dus voorzichtig zijn met het binnenhalen van onze vislijn (die trouwens altijd leeg was).
En toen passeerden we 32° Noord… We wisselden het tropische weer in voor wat pittiger weer. Lang moesten we niet wachten op de eerste storm, de wind begon op te steken en de golven groeiden tot gigantische gedrochten. Dan werd op een paar minuten geschiedenis geschreven voor de Aura. Nico en Adriaan zaten gezellig buiten voor de wind de storm uit te rijden. Een monstergolf doemde op achter hen. De kont van Aura werd opgetild als een veertje, de boeg dook het dal van de golf in. Dan werden we gelanceerd als een raket! We moeten meer dan 20 knopen (40 km/h) gevlogen hebben. De boeggolf spoot zeker drie meter hoog, en maakte zo een muur van water langs beide kanten die tot achter de boot reikte. De golf was voorbij, Adriaan keek achteruit en weer vooruit. Nico die net een koekje in zijn mond wou steken, was niet zozeer bezorgd om de volgende megagolf die zich aandiende, als wel om de blik in Adriaans ogen. Hij krabbelde naar het midden van de kuip en gooide het koekje overboord. De tweede golf tilde ons weer op zoals daarvoor, maar in plaats van ons te lanceren raasde hij over het dek. Adriaan werd tegen het stuur gesmakt, Nico werd overspoeld, en Klaas zag binnen omgekeerde fonteinen uit alle openingen spuiten. Terwijl Klaas binnen het “pompen of verzuipen”-manoeuvre uitvoerde, bekeken Adriaan en Nico naar adem snakkend de schade: grootzeil ontploft, stuur verbogen, Betty fataal gebroken, reddingsboei weggesleurd, muziek-boxen verzopen, koekje verdwenen, en dek gekuist.
Na de boot leeggepompt te hebben, klauterde Klaas aan dek en lieten we de resterende flarden van het grootzeil zakken. Dit zou de komende 8 dagen op de giek blijven, tot aankomst in de Azoren, omdat er nooit een gelegenheid noch de noodzaak was om het te vervangen. Onze stuurautomaat Betty was “wounded in action”, dus moest er permanent gestuurd worden. Wegens de storm begonnen we met een wachten systeem van 2 uur sturen, 4 uur slapen (per persoon). Nico nam de eerste wacht, en had niet veel later weer prijs: een golf sleurde hem van achter het roer en smakte hem met z’n hoofd tegen een winch. Gelukkig hing hij vast met zijn lifeline en kwam hij er met een buil vanaf. Klaas zag binnen de rijst die hij aan het koken was tegen het plafond vliegen.
Het 2-2-2-wachten systeem moesten we twee dagen doen. Windstoten boven de 60 knopen verplichtten ons tweemaal de zeilen volledig te laten zakken en ons zeeanker (een dik touw) uit te gooien. Zo konden we rusten en kwamen we weer op krachten.
Een bezorgde kapitein van een Hollands cargoschip riep ons op om ons assistentie te verlenen, maar dat was niet nodig. Voortzeilend op genua en stagzeil kwamen we eindelijk aan op de vertrouwde stek in Horta, en konden we aan de reparaties en de opkuis beginnen.
Horta staat bekend als de thuishaven van avontuurlijke zeilers: als je tot hier geraakt verdien je je doctoraat in oceaanzeilen. Iedere zeilboot laat hier dan ook haar stempel achter, in de vorm van een kleurrijk schilderijtje op de kaai. In 2004 lieten we met de Op Stok een schilderij achter, maar dat is helaas reeds overschilderd.
We zochten een tactisch plekje en lieten ook ons meesterwerk achter.
Morgen komt Tom hier toe en drinken we nog een biertje in Peter Sport Café. Dan vertrekken we voor onze laatste etappe, richting België. Dit belooft ook al een zware trip te worden, aangezien een ijskoude noorderwind hier nu al doorheen de masten raast. Zoals gewoonlijk kun je onze vooruitgang online volgen. Op 26 maart komen we hopelijk aan in Antwerpen, en dan is iedereen uitgenodigd om ons te verwelkomen en een kijkje aan boord te nemen!